Om de groeiende pieken in de elektriciteitsvraag te dempen hebben de netbeheerders voorgesteld om een deel van de nettarieven tijds- en volumeafhankelijk te maken: dit deel wordt dan in rekening gebracht als een bedrag per afgenomen kWh, met een tarief dat sterk per tijdsblok. De wintertarieven worden daarbij hoger dan de zomertarieven, en binnen het winterhalfjaar (oktober tot en met maart) wordt het hoogste tarief voorgesteld voor de periode tussen 16.00 en 23.00 uur.
In ons rapport analyseren we de impact van deze voorstellen op gebruikers van warmtepompen, aan de hand van een model met uurlijkse berekeningen van de elektriciteitsvraag van de warmtepomp. We doen dit voor een voorbeeldwoning met een warmtevraag voor ruimteverwarming van 8.000 kWh en voor tapwater van 1.145 kWh. Het energiekostenvoordeel ten opzichte van een HR CV-ketel neemt, zowel voor een all-electric als voor een hybride warmtepomp, met ruim 20% af, maar blijft aanzienlijk. Door vraagverschuiving, bijvoorbeeld met behulp van een batterij, is dit effect deels te compenseren.
Voorbeeld van output van het rekenmodel