De warmtetransitie in de gebouwde omgeving is een van de grootste opgaven in de energietransitie. De Actualisatie Startanalyse 2025 (PBL) biedt hiervoor een belangrijke basis door per buurt de oplossing met de laagste nationale kosten te identificeren: elektrische warmtepompen, hybride warmtepompen of warmtenetten. Toch blijven er nog veel vragen over de factoren die de nationale kosten kunnen doen verschuiven.

 

In opdracht van Netbeheer Nederland en EBN heeft Common Futures onderzocht hoe verschillende systeem- en projectfactoren doorwerken in zowel de totale nationale kosten als de kosten optimale mix van warmteoplossingen voor woningen in Nederland. Het gaat om factoren waarop nog beperkte kennis beschikbaar is, maar die een grote invloed kunnen hebben op de keuzes van overheden, netbeheerders en beleidsmakers.

Belangrijkste inzichten uit de studie

Kosten en mix van warmteoplossingen zijn gevoelig voor meerdere factoren

In de hoofdberekening van de Startanalyse bestaan nationale kosten uit meer dan €200 miljard aan investeringen en circa €14 miljard jaarlijkse kosten voor variabele componenten. Onze verdieping laat zien dat een aantal factoren de keuze tussen elektrische warmtepompen, hybride warmtepompen en warmtenetten sterk kan beïnvloeden.

 

Het rapport zoomt in op o.a.:

  • isolatiekwaliteit van woningen,
  • prijs en beschikbaarheid van groen gas,
  • kosten van regelbaar vermogen voor elektriciteitsproductie,
  • investeringskosten en levensduur van warmtenetten,
  • elektriciteitsprijs en spreiding van piekvraag in het energiesysteem.

Deze factoren bepalen niet alleen de kosten van afzonderlijke technieken, maar schuiven ook het nationale kostenoptimum tussen oplossingen.

 

Factoren kunnen de kosten-optimale mix flink veranderen, maar deze heroptimalisatie heeft slechts een beperkte impact op de totale nationale kosten

Veranderingen in factoren zoals de elektriciteitsprijs, groen­gasprijs of warmtenetkosten kunnen ertoe leiden dat in veel buurten een andere warmteoptie de laagste nationale kosten krijgt. De mix tussen elektrische warmtepompen, hybride warmtepompen en warmtenetten verschuift dan sterk. Tegelijkertijd blijkt uit de gevoeligheidsanalyses dat de nationale kosten zelf maar beperkt veranderen door deze heroptimalisatie. Een verdubbeling van de elektriciteitsprijs leidt bijvoorbeeld tot circa 28% hogere nationale kosten als de oorspronkelijke mix wordt vastgehouden; na heroptimalisatie is dit nog steeds ongeveer 27%. De mix reageert dus sterk, maar de directe kostenimpact van de onderliggende factoren blijft dominant

 

De directe impact van factoren op de nationale kosten zijn wel substantieel

Factoren als isolatieniveau, adoptiegraad van warmtenetten, kosten van gasnetten, of hogere elektriciteitsprijzen hebben directe en soms forse implicaties voor de nationale kosten van de warmtetransitie. Het is van belang te onderzoeken hoe deze kosten geminimaliseerd kunnen worden.

 

Onze aanbevelingen

De resultaten van de gevoeligheidsanalyses laten zien dat de nationale kosten van verschillende warmteoptie dicht bij elkaar liggen. De mix verschuift daardoor snel, terwijl de kosten nauwelijks verschillen. Wij adviseren daarom om warmte­keuzes eerst te richten op buurten waar één oplossing duidelijk voordeliger is en de uitkomst robuust is. Tegelijkertijd is het belangrijk om de randvoorwaarden voor de hoofdopties te versterken:

 

  • Elektrische warmtepompen: adresseer piekbelasting in het elektriciteitssysteem, onderzoek de behoefte aan regelbaar vermogen en overweeg om warmtepompen met elektrische elementen niet langer te subsidiëren.
  • Warmtenetten: stimuleer standaardisatie en kostenreductie, en overweeg om in robuuste warmtenetgebieden geen subsidies voor individuele warmtepompen te verstrekken.
  • Hybride warmtepompen: maak duidelijke keuzes over structurele import van groen gas en ontwikkel passend beleid als deze route gewenst is.